Parallel universum

Ik proest het uit terwijl ik naar m’n iPhone kijk. “Oh, zeker weer een berichtje op Twitter?”, zegt m’n zoon verveeld. Terwijl ik in de auto zit en bijna een volwassen vent van het zebrapad schep, probeer ik een gevat berichtje terug te sturen naar een van mijn Twittervrienden. Ik lijk wel gek, maar ik ben totaal gegrepen door Twitter. Het laat me niet meer los. Wat ooit, een jaar geleden, begon als een halfovertuigd slap poginkje ook eens mee te doen aan iets nieuws, is uitgegroeid tot een bijna volledige levensinvulling. Het was nota bene het idee van mijn man. Ik weet het nog goed. Hij had op de radio iets gehoord over Twitter. Ik had zelf ook al eens die rare blauwe vogel voorbij zien komen, maar wist zeker dat het iets voor nerds was en niet voor leuke mensen zoals ik. “Je moet dat voor je blad gebruiken, kun je een soort mama-netwerk creëren”, dat was ongeveer wat hij zei en waarvan ik dacht: hmm, is misschien niet eens zo’n gek plan. Een mama-netwerkje kwam er, maar dat is allang mijn prioriteit niet meer. In een jaar heb ik er 820 vrienden bij gekregen. Dat is best druk, kan ik je zeggen. Ik verkeer al tijden in een wazige wereld waarin ik alleen nog maar horizontale en verticale vingerbewegingen op het schermpje van mijn iPhone maak. Volledig ondergedompeld in mijn eigen parallelle universum, met daarin de flirts, de vriendinnen, de zeikerds, de wannabees, de belangrijke mensen, de minder belangrijke mensen, de jankerds, de grappenmakers, de trouwe honden en die ene speciale soulmate. Op mijn werk begrijpen ze er niets van. Ze hangen aan m’n lippen als ik vertel wie ik allemaal volg en wie mij volgt. Met grote ogen en met open monden staan ze aan mijn bureau als ik eenmaal losga over hoe dynamisch mijn Twitterleven is. Wie ik allemaal al heb ontmoet, hoeveel ik er al aan heb gehad, voor mezelf, en ook voor ons blaadje. “Ik ben kennelijk opgevallen met wat ik zeg”, besluit ik heel eigengereid. “Waar heb je het dan over?”, is de vraag. Ja, waar heb ik het over? Ik bouw aan mijn eigen merk, om het even populair te zeggen. Alles wat ik meemaak, schrijf ik gewoon op in 140 tekens. Het is een sport voor me geworden om dat wat ik denk, doe, meemaak of vind, zo leuk mogelijk op te schrijven. Een sport die mijn thuisfront niet heel erg meer kan waarderen. Eerst kon ik nog wel een glimlach krijgen als ik vertelde wie me nu weer was gaan volgen, of wat ik nu weer voor leuk onderonsje had met de grote baas van een of ander mediabureau. Maar tegenwoordig mompelt mijn man: “Ga jij maar naar je Twittervrienden, ik kijk wel tv.” Hij trekt z’n wenkbrauw op bij mijn nieuwe ‘vrienden’. Kan van spijt zijn schoen wel opvreten dat hij me ooit op het medium heeft gewezen. Als ik niet op mijn iPhone zit te turen, zit ik wel met mijn laptop op schoot. Twitterende stellen zijn er niet veel. En als ze beiden Twitteren, zijn de Tweets niet te knagen van saaiheid. Het is vaak één van de twee, valt me op. Ik begrijp dat. Want ik wil thuis niet aangesproken worden op wat ik roep op Twitter. Het is van mij. Maar du moment dat mijn man ook een Twitteraccount opent, ben ik acuut genezen.

Maar voor nu: volg mij! @phaedrajanine en @mama_magazine

Tekst: Phaedra Werkhoven – adjunct hoofdredacteur MAMA Magazine

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie